text.skipToContent text.skipToNavigation
background-image

Ik volg je von Boersma, Marelle (eBook)

  • Erscheinungsdatum: 03.12.2013
  • Verlag: De Crime Compagnie
eBook (ePUB)
4,99 €
inkl. gesetzl. MwSt.
Sofort per Download lieferbar

Online verfügbar

Ik volg je

Hij volgt je...overal Stel je voor: je woont samen met je vijfjarige dochter in een klein dorp waar niemand je accepteert. Je bent eenzaam, dus als een aardige collega je uitnodigt voor een etentje, neem je het aanbod graag aan. Maar wat als deze collega je niet meer met rust laat? Hij volgt je, overal... Het overkomt Pien. Een op het oog onschuldig etentje met haar collega Theo mondt uit in een serie huiveringwekkende gebeurtenissen, waarbij Pien haar leven niet meer zeker is. Marelle Boersma (1957) is een vernieuwend schrijfster. Ze schrijft boeken over actuele misstanden, vaak gebaseerd op waargebeurde verhalen van slachtoffers. Met haar onderwerpkeuze beweegt ze zich daardoor op de grens van waarheid en fictie. Inmiddels heeft Marelle zeven thrillers op haar naam staan, waaronder Moederziel (2013) en Vals alarm (2011). Vals alarm heeft de tweede prijs gewonnen bij de Thrillerawards 2012. Producente Felice Bakker van The Filmers heeft getekend voor de filmrechten van Vals Alarm. In december 2013 zal haar nieuwe thriller Ik volg je verschijnen; een verhaal van een slachtoffer van stalking. Sinds het voorjaar van 2010 is ze vaste columniste bij Libelle.nl. Vanaf 2010 geeft Marelle schrijftrainingen, die voornamelijk gericht zijn op spannend schrijven.

Produktinformationen

    Format: ePUB
    Kopierschutz: watermark
    Seitenzahl: 302
    Erscheinungsdatum: 03.12.2013
    Sprache: Niederländisch / Flämisch
    ISBN: 9789461091246
    Verlag: De Crime Compagnie
    Größe: 883 kBytes
Weiterlesen weniger lesen

Ik volg je

1

Met een joviale groet kom ik de apotheek binnen. 'Een welgemeend goedemorgen.' Ik zie drie hoofden omhoogkomen, en zelfs op het gezicht van Bregje verschijnt een glimlach. Ze is de laatste tijd erg stil, alsof ze in zichzelf is weggekropen, maar nu zie ik weer even de oude Bregje.

Theo is achter in de ruimte bezig, maar komt direct op me aflopen.

'Zo, wat een stralende zomergroet op deze sombere dag.'

'Juist daarom.' Ik loop om de balie heen en leg mijn tas op een stoel.

'En wat maakt jou zo vrolijk? Iets speciaals te vieren?' Hij leunt tegen de muur, slaat zijn armen over elkaar en kijkt me onderzoekend aan.

'Nee hoor, gewoon een tegenhanger van alle narigheid die ik op mijn werk tegenkom.'

'Als ze jou zien, worden ze spontaan beter.' Er zit een ondeugende flonkering in zijn ogen.

'Als dat zo zou zijn, was ik snel werkeloos.'

'Dat denk ik niet, misschien doen patiënten zich juist zieker voor, alleen maar voor wat persoonlijke aandacht van jou.'

'Dat klinkt beter.'

'Beter of zieker?'

Ik schiet in de lach. 'Genoeg gekletst. Moest ik medicijnen meenemen?'

'O ja, daar had ik over gebeld.' Theo's gezicht staat direct weer serieus. 'Je moet even bij Simon langs.' Hij loopt naar de kast waar alle bestellingen liggen. Zijn kale hoofd glimt in het steriele tl-licht, en zijn lange nek en zijn iets naar buiten gerichte oren geven de indruk dat hij altijd alert is.

'Doe ik bijna elke week,' roep ik hem na.

'Hier, nieuwe dormicum.' Ik krijg een zakje in mijn handen geduwd.

'Nu alweer? Hij klaagde zeker weer over vermoeidheid?'

Theo knikt met een duidelijk hoorbare zucht.

'Volgens mij heeft hij wat anders nodig. Maar goed, ik zal het voor hem meenemen, en hem direct ook die schop onder zijn kont verkopen.'

Theo grinnikt en legt een hand op mijn schouder. 'Wees een beetje lief voor hem, Pien. Dat verdient hij wel.'

'Alsof ik ooit anders doe.' Ik knipoog en loop naar de deur, me bewust van Theo's ogen op mijn lichaam.

De dunne twijgjes van de berkenbomen bewegen zacht in de wind. Het is koud. Ik hou niet van de winter, zeker niet als het troosteloos grijs is. De grauwe kilheid is een koord rond mijn nek dat net te strak zit. Pas als de zon in haar lage stand over de velden schijnt, komt er weer enige vrolijkheid in mijn hoofd.

Ik weet waar mijn gevoel mee te maken heeft, maar ik weiger het toe te laten. De winter was in dat jaar zachter dan ooit, met wekenlang een eentonig weerbeeld: regen, buien en neerslag. De velden lagen er sompig bij met plassen water die niet van plan leken om in de grond weg te zakken. Ik zal nooit weten of die sombere sfeer een directe aanleiding was van zijn stap, maar met dit soort weer moet ik vechten om mijn humeur op peil te houden.

Juist op dit soort dagen benauwt de biblebelt me. Het begin was moeilijk. De mensen uit deze omgeving waren vriendelijk, maar behandelden ons als vreemdelingen, terwijl de gelovige goedheid van de gezichten straalde. Nu, na zoveel jaren, heb ik het idee dat we eindelijk deel uitmaken van de gemeenschap.

Ik parkeer mijn auto, gooi mijn portier dicht en loop de oprit op. De gordijnen zijn open, maar er is niets te zien. De woonkamer ligt in het duister gehuld, maar ik weet dat Simon thuis zal zijn. De bewegingsmelder flitst aan als ik over het tuinpad naar de achterdeur loop. Achterdeuren zijn hier altijd open.

'Ik ben het!' roep ik, ook al weet ik dat hij me allang gespot heeft. Er is niets mis met zijn ogen.

'Dag wijfie, kom snel binnen. Hier is het warm.'

Zijn leunstoel staat in het midden van zijn overvolle wo

Weiterlesen weniger lesen

Kundenbewertungen